Een zaak van liefde

In het voorjaar van 1871 breekt paniek uit onder de bewoners van de Engelse badplaats Brighton: iedereen kent wel iemand die doodziek geworden is van het eten van vergiftigde chocolaatjes. Een jongetje van 4 jaar overlijdt. Wie het gif in de chocola gespoten heeft is duister. Als korte tijd later opnieuw een vergiftigingsepidemie uitbreekt, stapt huisarts Charles Beard naar de politie met een vermoeden. De dader zou wel eens een patiënte van hem kunnen zijn. Deze patiënte, Christiana Edmunds, heeft zijn vriendschappelijkheid opgevat als teken van grote hartstocht en bestookt hem vrijwel dagelijks met liefdesbrieven. Dat Beard haar afhoudt, begrijpt ze, hij is immers getrouwd en kan niet anders. Dus belandt een eerste vreemd smakende bonbon door haar toedoen in de mond van Beards vrouw. Deze spuugt hem meteen uit, maar is nog dagenlang zo misselijk dat de dokter omzichtig aan Christiana laat weten dat hij vermoedt dat ze met die bonbon geknoeid heeft. Niet lang daarna volgen de vergiftigingsgolven waarvan ook Christiana zelf het slachtoffer lijkt te zijn. Zie je wel, kan ze dan tegen de dokter zeggen, je vrouw is niet het slachtoffer van mij, wij zijn allebei het slachtoffer van een willekeurig toeslaande gifmenger.

Tegen de tijd dat een jury over het lot van Christiana moet beslissen, is het al lang niet meer de vraag of ze schuldig is. Dat lijdt geen twijfel. De vraag is: weet ze dat zelf? Is ze een leugenachtige en koelbloedige moordenaar, de ‘Borgia van Brighton’, zoals de kranten haar noemen? Of is ze gek? Is ze zo verstrikt in haar waanwereld dat ze haar omslachtige vergiftigingen werkelijk voor zichzelf kan ontkennen?

 

Een zaak van liefde, het nieuwste boek van de van oorsprong Poolse psychoanalytica Lisa Appignanesi, draait om drie spraakmakende rechtzaken: de Engelse zaak tegen Christiana Edmunds; de Franse zaak (1880) tegen zangeres Marie Bière, die haar vroegere minnaar neerschoot; en de Amerikaanse zaak (1907) tegen de rijkeluiszoon Harry Kendall Thaw die de beroemde architect Stanford White en plein public met een pistoolschot doodde.

 

In alle drie de zaken gaat het om een mengeling van versmade liefde, seks, jaloezie, wraaklust en, vooral, waanzin: waar ligt de grens tussen af te straffen slechtheid en om mededogen vragende waanzin?

Appignanesi begeeft zich met deze mengeling van thema’s op vertrouwd terrein. In Gek, slecht en droevig (2009) beschreef ze aan de hand van vrouwengeschiedenissen ons veranderende beeld van waanzin in de afgelopen twee eeuwen, en in Alles over de liefde (2011) ontleedde ze de kracht van passie en liefde. In haar nieuwste boek richt ze de aandacht op de invloed van de psychiatrie op de rechtspraak. Dat mensen die krankzinnig zijn niet voor hun daden gestraft moeten worden, lag al vast in het Romeinse recht. Lange tijd was dat ook nauwelijks problematisch: je zag zo of iemand krankzinnig was. Met de opkomst van de psychiatrie aan het einde van de achttiende eeuw veranderde dat: waanzin bleek zich in allerlei gedaantes te kunnen manifesteren en het vereiste de blik van een specialist om dat te beoordelen. Bovendien veranderde de psychiatrische inzichten voortdurend en waren specialisten het lang niet altijd met elkaar eens. Appignanesi beschrijft de ontwikkelingen van de verweving van de psychiatrie met de Franse, Engelse en Amerikaanse rechtspraak en illustreert aan de hand van haar drie zaken hoe de talloze te hulp geroepen psychiaters hun uiteenlopende oordelen velden. Ze is, en ook dat is vertrouwd, in haar beschrijvingen zo gedetailleerd dat af en toe de totale chaos dreigt. Maar dat neemt niet weg dat het grondige onderzoek en de smeuïge gevalsbeschrijvingen van Appignanesi’s nieuwste boek opnieuw een bijzondere leeservaring maken.

 

Lisa Appignanesi: Een zaak van liefde – misdaden in de naam van hartstocht en waanzin

Uit het Engels vertaald door Fred Hendriks

Bezige Bij; 480 pagina’s; € 34,99

ISBN 9789023499343