Gerard Reve was niet de enige Nederlandse bewonderaar van Jung

In 1941 verdwijnt de Amerikaanse strip Mickey Mouse uit De Telegraaf om plaats te maken voor een strip van eigen bodem: Tom Poes. Dit stripverhaal van Maarten Toonder is al een aantal afleveringen op gang als een wat domme, sjokkerige, ruim in zijn pels zittende beer zijn entree maakt. Deze lawaaierige Amerikaanse immigrant met zijn ordinaire geruite jasje was door Toonder een figurantenrol en de naam Ollie toebedacht. Zo pakte het niet uit. De beer bleek meer prijs te stellen op de naam Olivier B. Bommel, wilde met heer worden aangesproken, kocht een voorvaderlijk kasteel en nam al snel de hoofdrol op zich, door aflevering na aflevering zijn onbegrepen gang te gaan, terwijl Tom Poes de ondankbare taak restte om als een gek achter hem aan te hollen en te redden wat er te redden viel. “Dat waren allemaal dingen die ik niet zelf verzonnen had,” vertelt Toonder daar later over, “maar die er vanzelf inkwamen terwijl ik bezig was met het verhaal.” Zijn conclusie: Bommel was niet een door hem verzonnen figuur die hij als een schaakstuk naar believen kon rondschuiven, maar had zijn wortels in ‘een andere wereld’. En met die andere wereld bedoelde hij het door de Zwitserse zenuwarts Carl Gustav Jung onder de aandacht gebrachte collectieve onbewuste – een soort verzamelplaats van beelden en herinneringen die terug te voeren zijn tot onze meest verre voorouders, zelfs tot de dieren waar we van afstammen. Deze beelden en voorstellingen, Jungs archetypen, zouden de menselijke geest langs evolutionaire weg blijvend aankleven en verantwoordelijk zijn voor het opdoemen van steeds weer dezelfde symbolen en patronen – zoals de wijze oude man, de moeder, de ring – in de meest uiteenlopende culturen over de hele wereld.

Voor Toonder was de ontdekking van het werk van Jung een déjà-vu ervaring : ‘Die man had termen bedacht zoals “archetype” en “collectief onderbewuste” voor dingen die ik al langer gebruikte en voelde. Hij werd mijn lievelingsfilosoof.’

Toonder komt uitgebreid aan bod in Tjeu van den Berks recent verschenen In de ban van Jung, een boek waarin Nederlanders bijeengebracht zijn die in de loop van de twintigste eeuw onder de indruk raakten van het werk van Jung. Onder hen zijn psychiaters als Albert Willem van Renterghem en Eugène Carp, de rijke bollenboer Tom van Waveren bij wie Jung graag en geregeld over de vloer kwam, Maria Moltzer, die jarenlang Jungs belangrijkste assistente was, de theoloog Gilles Quispel en schrijvers als Etty van Hillesum (‘M’n oudejaarsavond breng ik door met Jung en tulband..’) en Gerard Reve (‘Ik heb alles gelezen van Jung, de leermeester van mijn psychiater.’)

Van den Berk, theoloog en schrijver over de verbanden tussen psychologie, religie en kunst, laat hen in afzonderlijke hoofdstukken en in chronologische volgorde de revue passeren. Door de gevarieerde invalshoeken zien we Jung in verschillende hoedanigheden langskomen: als erudiet verteller, soms lomp in zijn optreden, scherp in zijn analyses, altijd omringd door een schare bewonderende vrouwen, onverzoenlijk in zijn conflict met Freud en dubieus in zijn uitlatingen en gedrag toen in de jaren dertig joden werden uitgesloten uit het publieke domein. Dankzij de chronologische volgorde van de hoofdstukken (ze beschrijven de periode van 1910 tot 1961, het jaar dat Jung overleed) volgen we ook de ontwikkeling van Jung als psycholoog: van zijn belangstelling voor het spiritisme en zijn typologie tot de totstandkoming van begrippen als collectief onbewuste, archetypes, individuatieproces en synchroniciteit.

Heel groot is de invloed van Jung in ons land nooit geweest. Dat was onder meer het gevolg van de invloed die Freud hier had: sinds de scheiding van wegen van Freud en Jung hield een keuze voor Freud in feite een afwijzing van Jung in. Zoals Reve ooit over Jung schreef: ‘Door hem ben ik gaan schrijven, & heb ik ontdekt dat ik een homo religiosus ben. Maar hij schijnt door de Freudianen als een waardeloos fossiel beschouwd te worden.’

Toch is Jung in Nederland ook zeker niet onopgemerkt gebleven en het is de verdienste van Van den Berk dat hij als eerste overzichtelijk, leesbaar en boeiend in kaart heeft gebracht hoe Jungs invloed zich hier deed gelden.

Van den Berk is onmiskenbaar een Jung-enthousiast. Voor lezers die dat enthousiasme delen is In de ban van Jung zonder meer een waardevolle aanwinst.

 

 

 

Tjeu van den Berk: In de ban van Jung – Nederlanders ontdekken de analytische psychologie.

Meinema, 540 pagina’s, € 44,50

ISBN 9 789021 143675