Socioloog verhaalt over problemen van alternatieve gezinnen

Je zou verwachten, schreef de Amerikaanse socioloog en schrijver Joshua Gamson in een artikel, dat Vaderdag dubbel feest is voor gezinnen die, zoals het zijne, uit twee vaders en hun kinderen bestaan: “Moederdag is tenslotte een wat ongemakkelijke dag voor ons, en Vaderdag lijkt dan een mooie gelegenheid om het ongemak van mei te compenseren met wat extra feestelijkheid in juni.”

Toch staat het hele idee van Vaderdag hem tegen. Dat het gezin van Gamson Vaderdag desondanks wel viert, is om de twee dochtertjes, die al zo vaak moeten uitleggen dat ze geen moeder hebben, even een gevoel van normaal gezinsleven te geven. Maar de weerzin tegen het hele verschijnsel is er ook en zit in diezelfde normaalheid: de vanzelfsprekendheid die eraan ten grondslag ligt dat een gezin bestaat uit vader, moeder en hun zelf verwekte kroost.

Gezinnen die niet aan dit patroon voldoen, zijn al lang geen uitzondering meer. In Nederland groeit één op de zeven kinderen op in een eenoudergezin, heeft 9 % van alle homoparen kinderen, worden er rond de 300 kinderen per jaar uit het buitenland geadopteerd, krijgt volgens schattingen de helft van alle kinderen van gescheiden ouders te maken met stiefouders, en leidt onder meer het uitstellen van de kinderwens tot een steeds groter beroep op zaaddonoren en draagmoeders.

Voeg daar de groeiende groep mannen en vrouwen aan toe die uit keus of pech niet aan het ouderschap toekomen, en je kunt je wel wat voorstellen bij de opvatting van Gamson dat Vaderdag vooral aandoet als een zelffeliciterende – en anderen uitsluitende – viering van een gedateerd ideaal.

 

In Modern Families beschrijft Gamson gezinnen die niet aan het geijkte beeld voldoen. Zo kwam het gezin van Gamson en zijn echtgenoot Richard tot stand dankzij eiceldonaties en draagmoeders. Ze vonden voor hun eerste kind een vriendin bereid om draagmoeder te zijn, maar niet met een eigen eicel om zo emotionele conflicten bij het afstaan te vermijden. En ze vonden een andere vriendin bereid een eicel af te staan die – eenmaal bevrucht – bij de draagmoeder werd ingebracht. Voor hun tweede kind vonden ze opnieuw een eiceldonor in de vriendenkring, maar zochten ze de draagmoeder via een bemiddelingsbureau. In beide gevallen bleven de eiceldonoren en de draagmoeders ook na de geboorte in meerdere of mindere mate onderdeel van de levens van de kinderen, maar nadrukkelijk niet als ‘moeders’. Dat lag anders bij een lesbisch stel dat Gamson beschrijft. Zij vonden een bevriend homopaar bereid te helpen, niet alleen als zaaddonoren maar ook als deeltijdvaders. Toen pogingen om zwanger te worden letterlijk vruchteloos bleven, zetten ze dit gezamenlijke kinderplan door met adoptiekinderen uit Nepal en India.

De andere gezinnen die in Modern Families aan bod komen zijn variaties op dit thema: een alleenstaande vrouw die via zaaddonoren zwanger probeert te worden en uiteindelijk een kind uit Ethiopië adopteert; een lesbisch stel waarvan de ene vrouw de door een zaaddonor bevruchte eicel van de ander draagt; en een transgender-stel, waarvan de vrouw die net aan een traject van geslachtsverandering is begonnen, zich afvraagt of ze hiermee misschien even moet stoppen om zelf nog een kind te kunnen baren als het haar vriendin niet lukt.

 

Gamson heeft zich voor zijn verhalen over alternatieve gezinsvormen beperkt tot zijn eigen omgeving en zijn boek is dan ook nauwelijks representatief voor de westerse samenleving. Zo komen stiefgezinnen of heterostellen met een gefrustreerde kinderwens niet aan bod.

Dat neemt niet weg dat veel van de ethische, emotionele en praktische problemen waar de stellen tegen aanlopen wel in bredere kring herkenbaar zijn. Hoe verhoud je je als rijke westerling tot de armoede waaruit je het adoptiekind losweekt? Hoe ga je om met een betaalde draagmoeder die op elk moment de stekker uit je geluk kan trekken? Wat moet er juridische geregeld worden? En hoe bed je de alternatieve ontstaansgeschiedenis van je kind in in diens levensverhaal?

Wanneer een van de twee vaders van de adoptiekinderen uit Nepal en India met Vaderdag voor het eerst ‘pappa’ wordt genoemd, ontroert hem dat natuurlijk hevig, maar het wringt ook. Om de biologische vaders te eren, neemt hij zijn dochtertjes met zelfgeplukte bloemen mee naar de haven: “de hele wereld is verbonden door water, dus op de een of andere manier staan we allemaal met elkaar in verbinding. Gooi jullie bloemen in het water, voor jullie vaders.”

 

 

Joshua Gamson: Modern Families – Stories of Extraordinary Journeys to Kinship

New York University Press; 236 pagina’s; € 29,90

ISBN 9781479842469