Waarom we een slagboom op de snelweg niet zien

Kun je een zichzelf op de borst roffelende gorilla die zich midden in je gezichtsveld bevindt over het hoofd zien? Met gemak, leert een bekend Amerikaanse experiment:

vrijwilligers werd gevraagd naar een filmpje met basketballende studenten te kijken en te tellen hoe vaak ze de bal overgooiden. De concentratie op de teltaak maakte dat de levensgrote gorilla onopgemerkt zijn roffelde gang kon gaan.

Minder bekend is een vergelijkbare onderzoek naar de opmerkingsgave van radiologen: zagen ook zij de gorilla over het hoofd op de longscans die zij moesten afspeuren op kwaadaardig weefsel? Het zorgwekkende antwoord is opnieuw ja. Een in de scan gemonteerde foto van een boze gorilla, ter grootte van een luciferdoosje, werd door 83 procent van de radiologen gemist. Toch klinkt dat zorgelijker dan het in feite is, schrijft cognitief psycholoog Stefan van der Stighel in Zo werkt aandacht en is de misser te verklaren uit de taak van de radiologen: ‘Zij waren immers op zoek naar weefsel met bepaalde visuele eigenschappen van afwijkend weefsel. Wanneer kleur en vorm van het gorillaplaatje in de scans sterk zou lijken op de eigenschappen van afwijkend weefsel zou het door veel meer radiologen gevonden zijn’.

Van der Stigchel, hoofddocent experimentele psychologie aan de Universiteit Utrecht, schrijft in zijn boek over wat onze aandacht trekt en hoe we die aandacht kunnen sturen.

Het gorilla-experiment leert dat er veel aan onze aandacht ontsnapt en vaak is dat maar goed ook. Als we alle informatie waarmee we dagelijks gebombardeerd worden, bewust zouden moeten verwerken, zouden we gek worden. Automatisch schiften we van jongs af aan in deze informatiebrij en houden zo de wereld overzichtelijk en de aandacht gefocust op wat voor ons van belang is. Maar met dat schiften missen we natuurlijk ook nogal eens informatie die we beter wel hadden kunnen opmerken. Een rood verkeerssignaal bijvoorbeeld. Toen in 2014 de gerenoveerde Coentunnel in Amsterdam geopend werd, hoopte men dat de extra aangebrachte wisselbuis het fileprobleem zou oplossen. Waar niemand op gerekend had, was dat de slagboom waarmee de buis aan beide kanten geopend of gesloten kon worden, zo weinig aandacht trok dat er binnen een jaar na de feestelijke opening twintig keer iemand in volle vaart tegenaan reed. De felrode kruisen boven het wegdeel, de slagboom: het was kennelijk niet genoeg. De vervolgens aangebrachte extra verkeersborden, knipperende ledlichtjes in de slagboom, de pijlwagens en pionnen: ook dat bleek niet afdoende. Waarom niet? Misschien simpelweg, schrijft Van der Stigchel, omdat het plaatsen van een slagboom op voorhand al een slecht idee was: ‘Dit heeft alles te maken met verwachtingen: omdat we nu eenmaal geen slagboom op een snelweg verwachten, is het extreem moeilijk deze te laten opmerken door bestuurders.’

Van der Stigchel put uit wetenschappelijk onderzoek om te laten zien hoe vorm, kleur, informatiedichtheid, ervaringen en verwachtingen allemaal bijdragen aan het vangen van onze aandacht. Hij licht deze inzichten toe aan de hand van voorbeelden als: hoe vind je je tentje terug op een overvol Lowlands? Waarom kunnen grensrechters onmogelijk met zekerheid buitenspel geven? Hoe kan het dat bij het bevolkingsonderzoek naar borstkanker de radiologen in een kwart van de gevallen de tumor over het hoofd zien?

 

Zo werkt aandacht is misleidend gehuld in een kaft met erkende aandachtstrekkers als schreeuwende kleuren en priemende ogen. Wie vreest dat achter dat aandachtsgeweld een schreeuwerig verhaal schuilgaat kan gerust zijn: Van der Stigchel bouwt zijn verhaal rustig op, schrijft toegankelijk en weet met zijn aan het leven van alledag ontleende voorbeelden de aandacht tot het einde vast te houden.

 

 

 

Stefan van der Stigchel: Zo werkt aandacht – Opvallen, kijken en zoeken in een wereld vol afleiding

Maven Publishing; 248 pagina’s; € 18,50

ISBN 9491845764